Thom HOLTERMAN, Élisée Reclus (1830-1905). De Fabricage Van ‘Nieuwe Universele Geografie’
Article mis en ligne le 14 avril 2015

par F.F.
logo imprimer

De Nouvelle Géographie universelle (NGU) is een imposante rij boeken, 19 delen, ongeveer 17.000 bladzijden in totaal, uitgekomen bij Hachette, Parijs, 1876-1894. Ooit kwam ik deze uitgave tegen in het antiquariaat van Gé Nabrink in Amsterdam. Ik ben nooit verder gekomen dan in enkele delen vol bewondering bladeren. Reclus was toen voor mij een van de bekende Franse anarchisten, van wie ik wist dat hij, net als zijn Russische vriend Peter Kropotkin, geograaf was. Altijd heb ik mij verbaasd over het feit dat iemand zo’n ontzaggelijke hoeveelheid informatie – in een tijd zonder computer – kon verzamelen, bijhouden, verwerken.

De libertaire geograaf Federico Ferretti heeft het niet bij verbazing alleen gelaten. Hij heeft dat omgezet in een gedegen studie van de sociale, politieke en historische context waarin de NGU is ontstaan en voltooid. Hij promoveerde op dat werk. Vervolgens heeft hij, met als basis zijn proefschrift, de ‘fabricage’ van de Nieuwe Universele Geografie voor een groter publiek toegankelijk gemaakt onder de titel Élisée Reclus, Pour une géographie nouvelle.

Plan voor descriptieve geografie

Hoe krijgt iemand het voor elkaar zo’n omvangrijk werk als de NGU te schrijven ? Heeft betreffende het echt in zijn eentje gedaan ? Het antwoord op de laatste vraag is neen. Reclus heeft ‘genetwerkt’. In het eerste deel van zijn studie beschrijft Ferretti hoe Reclus zijn netwerken heeft opgebouwd en uitgebreid naar gelang het werk dit verlangde. Daarna gaat Ferretti uitvoerig in op de vraag hoe zo’n gigantisch werk wordt geproduceerd, dit met aandacht voor de relatie met de uitgever Hachette. In het derde afsluitende deel bespreekt Ferretti de manier waarop Europa in de NGU door Reclus wordt beschreven.

In de beoordeling van het werk van Reclus als geograaf, duikt telkens de vraag op naar de invloed die libertaire opvattingen al dan niet op dat werk hebben gehad. Een anarchist kijkt nu eenmaal anders tegen, bijvoorbeeld, staatsgrenzen aan dan een nationalist. Dat moet zijn effect hebben op het beschrijvende gedeelte van de geografie. En ook ligt het voor de hand dat mensen die aan het project van Reclus mee zouden werken, dan wel geen anarchist hoeven te zijn, maar een libertaire voeling is toch welkom.

Aan de andere kant : de wereld is zoals die is – niet bepaald libertair. Hoe beschrijf je die als je je politieke attitude niet wil verloochenen ? Wat is daarop weer de inbreng van de uitgever ? Werkt die niet als censor of levert die niet een zodanige druk, dat dit tot zelfcensuur leidt ? Dat laatste is Reclus recent wel aangewreven, maar blijft onbewezen.

Om ten behoeve van het voorgenomen schrijven van de NGU tot een onderhandelingsresultaat met de uitgever te komen, heeft Reclus een ‘plan’ opgesteld, een manuscript van 14 pagina’s getiteld Plan de géographie descriptive. Daarin wordt het idee van een (universele) Beschrijvende geografie (werktitel) uitgewerkt. Reclus heeft dat vanuit Zurich – waar hij bij zijn broer Élie verbleef – naar de uitgever gestuurd. De beide Reclus zijn in het buitenland omdat zij vanwege de deelname aan de Commune van Parijs (1871) uit Frankrijk zijn verbannen. Élisée Reclus zal zich vervolgens in Lugano vestigen, opdat het hem mogelijk is de bibliotheken van Zurich, Lausanne, Genève, Basel en Milaan te bezoeken en te raadplegen. We mogen niet vergeten : hier is een geleerde aan het werk, die zich een groots werk heeft voorgenomen te produceren. Reclus, zo beschrijft Ferretti op grond van het Plan en de briefwisseling met de uitgever erover, ziet voor zich een tekst, die het grote publiek moet interesseren voor de geografie. Hij zal dus niet alleen voor specialisten schrijven.

Naast de beschrijving van wat er in de landen op aarde te vinden is (gebergten, rivieren, flora en fauna, etc.), komen ook de bevolkingen aanbod, zodat het ook om een menselijke geografie gaat. Hier vindt aandacht plaats voor migratiestromen en vermenging van volkeren, dat wil aldus Ferretti zeggen, dat het zal gaan om wetenschappelijk verantwoorde uiteenzettingen met politieke, sociale en culturele connotaties. Verder bevat het plan een verwijzing naar te behandelen onderwerpen als statistiek, demografie, agrarische activiteit, handel en politieke constitutie.

Een van de broers van Reclus, Onésime, die voor Élisée met de uitgever in gesprek is, weet hem door te geven dat de ‘Descriptieve Geografie’ kan worden uitgevoerd onder de voorwaarde : de beschrijving mag niet ‘politico-réligio-sociologico-militante’ zijn. kortom het moet geen strijdschrift worden.

Hier doet de kwestie van de censuur of autocensuur van zich spreken. Ferretti gaat daar uitvoerig op in. Hij toont aan dat Élisée Reclus geen strijdtekst in zijn hoofd had, maar een menselijke geografie van de wereld, die, naar zijn mening, nog nooit was geproduceerd. Onmiddellijk speelt dan de vraag of een ‘geëngageerde’ beschrijving niet zijn eigen (inherente) voorwaarden stelt in termen van bijvoorbeeld een andersoortige beschrijving dan gebruikelijk. En daarvan is natuurlijk wel sprake, zo is ook aan het plan te ontlenen.

In mei 1872 schrijft Templier, de directeur van Hachette, dat hij het Plan aanvaardt, waarbij aandacht wordt gevraagd voor twee punten. In het plan is de geschiedenis van de geografie nogal zwaar aangezet, waarvoor men liever ingeruild ziet een sterkere nadruk op de beschrijving van bestuurlijke zaken. Dat is voor Reclus geen punt. Aldus zal de NGU in wekelijkse afleveringen verschijnen, die dan jaarlijks tot een boekdeel worden gebonden en uitgegeven. Een dergelijke opzet was in die periode zeer gebruikelijk om werken van encyclopedische aard uit te geven.

Wetenschappelijk en anarchistisch netwerk

De Nouvelle Géographie universelle is een geografische encyclopedie van een buitengewoon karakter geworden, geschreven gedurende twintig jaar van bannelingschap van Élisée Reclus. Naast alle andere kwaliteiten van hem, moet Reclus ook over een groot organisatorische vermogen hebben beschikt. Hij heeft goed moeten kunnen ‘netwerken’. Handig was in ieder geval het bestaan van een familiaal netwerk. Zo werkten drie van de vier broers van hem nauw met hem samen. Zijn broer Élie, de antropoloog, was daarvan wel de bekendste. Verder waren er de netwerken van informateurs over landen, gebieden en steden die Reclus niet zelf kon bezoeken of had bezocht en andere medewerkers. De NGU-archieven maken duidelijk dat, hoewel Élisée Reclus voor de tekst tekent als enige auteur, hij effectief met een equipe heeft gewerkt. Ferretti maakt dit omstandig duidelijk. Wat ons hier vooral interesseert is het ‘anarchistische’ netwerk.

De aanwezigheid van een dergelijk netwerk hangt samen, zo is bij Ferretti te lezen, met het feit dat zich in de tweede helft van de 19de eeuw een intellectueel netwerk ontwikkelt. Het zal de politieke school van het anarchistisch communisme worden genoemd. In die periode wordt een sterke behoefte gevoeld aan analyse. Wat dan opvalt is, dat het merendeels om geografen gaat.

In de jaren 1860 en 1870 maken de broers Élie en Élisée Reclus kennis met anarchistische activisten uit allerlei streken, die ook hun collega’s blijken te zijn. Onder hen bevinden zich de Geneefse cartograaf Charles Perron, de Russische vluchtelingen Léon Metchnikoff en Peter Kropotkin, de Oekraïner Mikhail Dragomanov, de Hongaarse geograaf Attila De Gerando. Het zijn niet zomaar namen, neen, zij zullen gezamenlijk aan de redactie van de NGU werken. Ferretti benadrukt daarbij nog het volgende.

NetwerkOorspronkelijke herkomst van medewerkers van Reclus aan NGU (kleine zwarte stippen) ; de grote zwarte stippen markeren de plaats van de redacties van de NGU.

De anarchistische geografen hebben geen massaorganisatie achter zich en zij willen ook geen avant-garde van een enkele sociale klasse zijn. Zij hebben daarentegen wel de behoefte deel te nemen aan het evolutieproces, dat moet leiden tot een progressieve ontwikkeling van kennis en vrijheden. Deze groep mensen neemt volgens Ferretti een tamelijk originele plaats in het wetenschappelijke kamp in. Want deze geografen behoren tot de publicisten en wetenschappelijke genootschappen en niet tot het universitaire milieu.

Dit geografische netwerk steunde het project vanuit een wetenschap, die maatschappijverandering tot doel had via de weg van voorlichting en het verspreiden van vooruitstrevende ideeën. Niet het antisocialistische idee van strijd en concurrentie (verzet tegen sociaaldarwinisme), maar juist sociale verschijnselen als wederkerig dienstbetoon, coöperatie, solidariteit worden benadrukt. Wetenschap en anarchie sluiten elkaar in, zo maakt Ferretti, mede aan de hand van Kropotkin, duidelijk.

Aan de oorsprong van dit netwerk staan de beide broers Reclus. Al vroeg houden zij zich binnen verbanden van verschillende progressieve kringen op. Zo blijken de beide broers in 1858 aan te haken bij een tijdschrift, dat bestuurlijke decentralisatie en scheiding van kerk en staat verdedigt en een programma dat op de uiterste rand van het liberalisme zit (in die tijd stond het liberalisme voor heel wat anders dan voor het in onze wereld dominante neoliberalisme). In het contact met de liberale uitgevers van het tijdschrift geven zij aan zich vooral op het vlak van het vrijdenken en het materialisme te willen begeven.

In 1864 maken de beide broers in Parijs kennis met de Russische revolutionair Michael Bakoenin en treden zij toe tot diens geheim genootschap, de Internationale Broederschap. Ferretti maakt langs deze weg duidelijk dat er van een zekere ingroei sprake is in het libertaire denken van de broers Reclus. Je zou kunnen spreken over een ontwikkeling ‘van republikein tot anarchist’. Dit moet zijn effect hebben gehad op de inhoud, de themakeuze en het soort beschrijving in de NGU. Ook dat gaat Ferretti na.

Geografie en anarchie

Het verband tussen geografie en anarchie is in het werk van Reclus aantoonbaar. Het heeft in de tijd van het uitkomen van de NGU dan ook niet tot verwondering geleid. Het was vanzelfsprekend dat Reclus zich permitteerde een nuttige wetenschap te beoefenen, nuttig ten behoeve van de vooruitgang van de mensheid. Het idee dat de NGU een gecensureerd werk zou zijn en weinig representatief voor de auteur, is pas recent geopperd, aldus Ferretti (die het idee afwijst, zoals we hiervoor hebben gezien). Voor alle duidelijkheid wijst hij er nog eens op, dat de geografen uit de tijd van Reclus een directe lijn zagen tussen de politieke ideeën van hem en zijn geografisch werk.

Ferretti citeert aldus twee geografen die in hun boek uit 1905 opmerken dat de NGU voor Reclus een instrument was om zijn denkbeelden te propageren en het te gebruiken als middel tot verandering. Tijdgenoten van Reclus uit de anarchistische kring vonden het niet gek dat een geograaf die een werk voor iedereen schrijft, een zekere neutraliteit behoudt als het om overdracht gaat van sociaal belangrijke zaken. En in 1875 wordt bijvoorbeeld in het anarchistische Bulletin de la Fédération jurassienne een lange bespreking van de eerste delen van de NGU opgenomen.

Die bespreking verwelkomt een wezenlijk anarchistisch werk, dat uitdrukking geeft aan een ‘internationaal en kosmopolitisch gevoel, dat voorheen alleen was op te merken bij de hoogopgeleide intelligentsia en dat nu dominant is geworden bij het proletariaat in verschillende landen. Deze geografische studie draagt ertoe bij dit te versterken’. Het artikel is anoniem gepubliceerd maar bekend is, dat het geschreven werd door James Guillaume (1842-1917), een Zwitserse anarchistische pedagoog. Zo zijn er anarchisten uit de laatste tientallen jaren van de 19de eeuw, onder wie vertegenwoordigers van de internationale anarchistische beweging, die in hun jonge jaren door het bestuderen van de geografische werken van Reclus tot rijping zijn gekomen, geeft Ferretti aan. Hij concludeert dan ook (wederom) dat de term censuur, om daarmee de controle van de uitgever op NGU te typeren, volstrekt misplaatst is.

In zijn beschrijving had Reclus uiteraard rekening te houden bijvoorbeeld met het voorkomen van staten. Maar daarbij hoef je het bestaan ervan niet te verdedigen noch hun machtstaal te spreken. En daar verschijnt dan dat men het kan hebben over reclusiaanse beginselen, over een menselijke geografie (een geografie op de mens betrokken) en ook over kritische geografie van Reclus. De universele geografie van hem drukt egalitaire (is hier anti-hiërarchische) verhoudingen uit van een mensheid, die een mondiaal begrepen eenheid vormt (antiracisme ; antikolonialisme).

De NGU is een politiek project van universele broederschap, althans een nuttig instrument ervoor om er naar te streven. Het woord anarchie wordt hier niet gebruikt, maar verschillende aangewezen elementen die erin geabsorbeerd zijn komt men in de NGU tegen. En net als andere anarchisten (Proudhon, Bellegarrigue) zag Reclus ‘anarchie’ als hoogste vorm van orde ! Die is hij aan het scheppen. Hoe die orde te beschrijven als men geografische gezien zo’n oneindig aantal facetten opmerkt ? Daar lag voor Reclus bijvoorbeeld een uitdaging om ‘Europa’ te behandelen. Ferretti besteedt aan die problematiek ruim honderd pagina’s.

Politieke en sociale geografie van Europa

Tegenwoordig is het bedrijven van sociale geografie een goed geoutilleerde wetenschap. Reclus heeft hem, samen met collega-auteurs van de grond getild. Sociale geografie is al bij Kropotkin te onderkennen. In een wetenschappelijke publicatie uit 1884 is Paul de Roussiers de eerste, die de term gebruikt in een bespreking van de NGU, verhaalt Ferretti. Kijk, citeert Ferretti De Roussiers : ‘constateren dat Zwitserland veel bergen kent, kan elke geograaf je vertellen. Evenwel iets leren over eigendom, arbeid, gezin, werkgevers, de beslechting van geschillen, dit rangschikken zodat het voor verdere bestudering van menselijk samenleven wordt klaargelegd, daarvoor moet je bij Reclus zijn. Want die beschrijft ruimte (plaats) en mensen, die deze ruimte bewonen. Daarmee heeft bij Reclus de sociale wetenschap zijn plaats binnen de geografie gekregen’, aldus De Roussiers in 1884. In later werk gaat Reclus dit verder uitwerken – en met name in zijn zesdelige De mensen en de aarde, komt daar de klassenstrijd bij…

In het verleden zowel als het heden, elke wijze van observeren is subjectief, dat wil zeggen bepaald door wat je kunt en wilt zien, en daarmee ook politiek. Niemand is in staat daaraan te ontsnappen. Dit heeft zijn onmiddellijke consequenties. Wat wij bijvoorbeeld in geografische of geopolitieke concepten ‘Oost’ / ‘West’ noemen, is een historische en culturele constructie. Het doet er dus toe te letten op de periode waarin ze worden beschreven.

Charles.Perron Charles Perron (1837-1909) ; is de voornaamste Zwitserse cartograaf voor de NGU geweest ; hij tekende 3000 kaarten in zwart wit (van de 6000) en 50 grote tabellen in kleuren.

De invulling die Reclus eraan geeft, hangt mede samen met zijn idee dat er natuurlijke elementen bestaan, die de uitstraling hebben van eenheidvormend centrum, zoals de Middellandse zee. Die kenmerkt zich als ‘drager van handel en communicatie’, maar ook heeft die eeuwenlang voor politieke eenheid onder het Romeinse rijk gezorgd. In die reclusiaanse manier van groeperen, wordt bijvoorbeeld de Noordzee weer door hem begrepen vanuit het perspectief van ‘productie van voedingsmiddelen’ voor Europa. Daarmee vormt in zijn optiek de Noordzee een zeevlakte (plaines de la mer), die uitloopt vanuit een landvlakte (plaines).

Het concentratiepunt is gegeven door de gedachte aan ‘vruchtbare grond’ (plaine fertile). Binnen dat kader wordt door Reclus Nederland beschreven en getypeerd. Niet verwonderlijk is dan dat er door hem een verband wordt gelegd tussen de strijd tegen het water, de landwinning en de republikeinse vrijheidsgedachte van de Zeven Verenigde Republieken (16de eeuw). Het is langs deze weg dat hij weer aandacht kan geven aan een van de elementen, die het anarchisme kenmerken : de federale gedachte (iets kan ‘klein’ zijn, zoals een stad, een provincie, maar door federale verbanden kunnen hele gebieden worden bestreken, die dan het voordeel van samenwerking genieten).

En ‘Europa’ wat is dat geografisch eigenlijk ? Reclus definieerde het als een schiereiland van Asië. Wat de rol van Europa betreft, is Reclus kritisch als het gaat om de koloniale misdrijven die zijn begaan. Maar hij werpt het ook lof toe als het gaat om de ontwikkeling van universele waarden, met een hoogtepunt dat met de Verlichting samenvalt, de formulering van de rechten van de mens en de burger.

Het is niet toevallig, zo is bij Ferretti te lezen, dat de hoofdstukken in de NGU over de Griekse oudheid en het oude Middellandse zeegebied in het al genoemde Bulletin de la Fédération jurassienne worden besproken. Het is juist in die periode dat anarchisten, duidelijker dan nu, het verband leggen tussen deze visie op het oude Griekenland en de federalistische en communalistische ideeën aanprijzen via de Internationale. En het is Reclus die zelf uit het culturele milieu stamt, waarin de klassieke beschaving als universeel wordt gedeeld.

Hoewel Reclus dus ‘Europa’ geografisch heeft bestudeerd, heeft hij door de gekozen fixatiepunten (zeevlakte ; Noordzee, Middellandse zee ; etc.) kans gezien niet de grenzen van staten als uitgangspunt van beschouwing te nemen. Daar was dus de ‘anarchist’ aan het werk. Ferretti wijst er verder op dat vanuit zijn tijd begrepen, het nieuw was om zoveel aandacht aan steden te besteden (in al hun pracht en lelijke facetten).

De conclusie mag zijn dat Reclus kans heeft gezien zijn Plan te verwezenlijken : als geograaf te werken en daar mede sturing aan te geven vanuit zijn opvatting over anarchie. Het opmerkelijke daarbij is tevens dat deze overlevende van de Commune van Parijs (1871) kans heeft gezien – wat onvoorstelbaar is voor hedendaagse onderzoekers – om alleen van zijn wetenschappelijke publicaties te leven en wel in een tijd, dat het analfabetisme groot was en universitair onderwijs veel minder ontwikkeld dan heden.

Ferretti is er onderwijl in geslaagd ons een inkijk te geven in de ‘keuken’ van de geograaf en anarchist Élisée Reclus, om zo iets als de fabricage van de NGU beter te leren kennen. Reclus heeft niet alleen een ongelooflijke arbeid verricht met de negentiendelige publicatie. Dat is hem tevens gelukt omdat hij kans heeft gezien een hele kring van wetenschappers van diverse disciplines – veelal eveneens anarchist – uit zijn tijd rond zich te scharen, waardoor dat ongelooflijke werk volbracht kon worden. Samenwerking brengt ons verder !

Thom Holterman

FERRETTI, Federico, Élisée Reclus, Pour une géographie nouvelle, Éditions du CTHS, Paris, 2014, 447 blz., prijs 18 euro.

[Beeldmateriaal ontleend aan het besproken boek.]

Aantekeningen

[ 1 ] De AS nummer 188, najaar 2014, is geheel aan Élisée Reclus gewijd ; zie de site Tijdschrift de AS.

[ 2 ] Over de Zwitserse cartograaf Charles Perron, zie Federico Ferretti, ‘Charles Perron, cartographe de la ‘juste’ représentation du monde’, in : Le Monde diplomatique.
https://libertaireorde.wordpress.com/2015/04/12/elisee-reclus-1830-1905-de-fabricage-van-nieuwe-universele-geografie/


Évènements à venir

Pas d'évènements à venir
Site réalisé sous SPIP
avec le squelette ESCAL 4.0.60